Overslaan naar inhoud

Geschiedenis van stevia

Van de Guarani-indianen in Paraguay tot de zoetstof van de toekomst.

Glooiend grasland in de ochtendnevel
Het hoogland waar de steviaplant oorspronkelijk vandaan komt.

Paraguay

Het kruid Stevia rebaudiana Bertoni, kortweg stevia, komt oorspronkelijk uit Paraguay. De Guarani-indianen gebruiken stevia al 1500 jaar om kruidenthee en voedsel te zoeten. In de zestiende eeuw namen Spaanse veroveraars de plantjes mee naar huis; zo maakten Europeanen voor het eerst kennis met stevia.

Antonio Bertoni

Pas eind negentiende eeuw ontstond in West-Europa serieuze interesse. In 1887 bestudeerde de wetenschapper Antonio Bertoni het zoete kruid; van hem zijn de eerste publicaties bekend. De ontdekking van een nieuwe soort werd aan hem toegeschreven en het kruid kreeg de officiële naam Stevia rebaudiana Bertoni.

Geperst steviablad op een vergeeld herbariumvel
Stevia rebaudiana Bertoni, vastgelegd zoals botanici dat sinds de negentiende eeuw doen.

Stevioside

Na eeuwen van wildoogst werd begin twintigste eeuw in Paraguay begonnen met het cultiveren van de plant. In 1931 lukte het om stevioside, het zoete bestanddeel, te extraheren. Het extract bleek veilig voor consumptie. Stevioside is in verdunde oplossing ongeveer 300 keer zoeter dan suiker. Door het ontbreken van de juiste techniek duurde het nog ruim dertig jaar voordat stevioside op grote schaal kon worden geproduceerd.

Goedkeuring

Japan was het eerste land buiten Paraguay waar stevioside grootschalig werd geproduceerd, mede door de beperking op kunstmatige zoetstoffen in 1970. Begin jaren tachtig werd stevia in Japan als zoetstof goedgekeurd; China, Korea, Israël, Uruguay en Brazilië volgden snel.

Inmiddels gebruiken miljoenen consumenten wereldwijd stevia als natuurlijke zoetstof: in thee en koffie, maar ook in zuivel, frisdranken en sauzen. Japan is nog steeds de grootste gebruiker en in Brazilië wordt stevia gezien als “dé zoetstof van de toekomst”.

Bron: literatuuronderzoek Janet de Jong